Koolhydraten, in de loop van de menselijke evolutiegeschiedenis een belangrijke en vooral zeldzame energiebron, tegenwoordig een goedkoop, altijd beschikbaar en tevens onbeperkt houdbaar basislevensmiddel. Eerder hebben we het al gehad over waarom suiker (de eenvoudigste vorm van koolhydraten) een gif is voor ons lichaam. Ook bespraken we waarom we geen calorieën moeten tellen of honger moeten leiden.

Dat de consumptie van suiker is toegenomen, is ongetwijfeld waar. Deze stijging deed zich voor, op het moment dat we als bevolking werden gebombardeerd met onjuiste informatie. Want hoewel programma's om gewicht te verliezen ons om de oren vliegen, weten we tot op vandaag nog steeds niet wat we wel en niet kunnen eten. En ondanks onze aandacht voor een goede gezondheid, stijgt de prevalentie van obesitas en gerelateerde medische aandoeningen wereldwijd.


Samen met suiker, behoren vezels en zetmeel tot één van de 'belangrijkste' macronutriënten, met name 'koolhydraten'. Uit onderzoek blijkt dat we ongeveer 40-65% van onze dagelijkse caloriebehoefte uit koolhydraten halen. [1] Dit cijfer ligt in de lijn met de aanbevelingen van gezondheidsinstellingen om ongeveer 40-70% van de dagelijkse caloriebehoefte uit koolhydraten te halen. Goed, zou je kunnen denken?

Koolhydraten worden gezien als primaire brandstof voor het lichaam. Energie die we halen uit koolhydraten, is namelijk altijd eerst beschikbaar en zal door het lichaam het eerst gebruikt worden alvorens de vetten of eiwitten worden aangesproken. Goed dus voor diegenen die topsport beoefenen of om een andere reden een snelle energieboost nodig hebben.

Koolhydraten zijn een snelle energieleverancier en voor heel wat mensen een belangrijke voedingsbron. Daarnaast zijn ze vaak goedkoop, en kunnen we ze in onbeperkte mate aankopen en bewaren. Toch denk ik dat er we minder van moeten eten.

Hoe het allemaal begon
Benieuwd naar mijn persoonlijke weg naar bewustwording? Benieuwd naar waarom ik de beslissing nam om mijn voedingspatroon sterk aan te passen? Lees hier ‘hoe het allemaal begon’.

Sinds november 2019 nam ik de mogelijkheid om bij te leren over voeding in het algemeen, en koolhydraten in het bijzonder. Al enige tijd was ik  geboeid door het onderwerp, en dankzij mijn persoonlijke ervaring en de vrijheid die ik had, kreeg ik de kans om mij erin te verdiepen.

Tijdens het schrijven van dit artikel heb ik meermaals gedacht dat ik rond het onderwerp 'koolhydraten' wel een boek zou kunnen schrijven. Toch koos ik ervoor een uitgebreid artikel te schrijven, al was het tot stand brengen ervan geen evidentie. Wel was het een uitdaging die mij tot het uiterste dreef.

Het onderwerp fascineerde mij en het uitwerken van een artikel leek mij heel boeiend. Ik heb geprobeerd dit artikel zo toegankelijk mogelijk te maken, door de lengte ervan te beperken. Hierdoor hoop ik jullie doorheen het volledige artikel mee te nemen. Volgende vragen zullen beantwoord worden:

  • Zijn koolhydraten er altijd al geweest?
  • Wat zijn koolhydraten?
  • Wat is hun functie en welk effect heeft de inname ervan op onze gezondheid?
  • Waarom moeten we er minder van eten?
  • Welke zijn mijn persoonlijke aanbevelingen?

Aardappelen, brood, rijst, pasta, koek en snoep, ... Maar ook kant-en-klare producten of overdadig bewerkte levensmiddelen vullen steeds vaker ons bord. Suiker en zout worden onverwacht toegevoegd, en ook bindmiddelen of smaakmakers komen almaar vaker voor. Toch verwachten we dat niet altijd en kiezen we nog met z'n allen voor koolhydraten als gemakkelijke alternatief.

Weekday Breakfast
Photo by Tara Evans / Unsplash

Dat suiker en zetmeel (die behoren tot de 'koolhydraten') duidelijke verdachten zijn in de etiologie van obesitas is voor mij al duidelijk. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de stijging van de suikerconsumptie samenviel met een dramatische toename van zowel de incidentie, alsook de sterfte van obesitas.

'Suikerconsumptie en prevalentie obesitas' 

Maar ondanks de vele onderzoeken die worden gevoerd naar voeding in het algemeen, en koolhydraten in het bijzonder, zijn we er met z'n allen niet gezonder op geworden. Toch zijn koolhydraten reeds langere tijd onderwerp van debat. [2], [3]

Geschiedenis

Doorheen de geschiedenis hebben we niet altijd 'koolhydraten' tot onze beschikking gehad. Want voordat deze producten industrieel geproduceerd werden (vanaf eind 19de eeuw), waren ze heel schaars en om die reden ook uitzonderlijk kostbaar.

Reeds 15.000 jaar geleden gebruikte men 'suikerriet' als zoetigheid. Doordat men op het riet kauwde, kwam er suiker vrij. Voor mensen die de hele dag lichamelijke topprestaties moesten leveren was dit de optimale energieleverancier voor tussendoor. Suiker diende als snel beschikbare brandstof voor de spieren en leverde een essentiële voorsprong tijdens de jacht.

8.000 jaar geleden veranderde het menselijke menu duidelijk omdat de jacht langzaam werd verdrongen door de landbouw. Hierdoor kon men maïs planten, een zetmeelhoudende graansoort die eenvoudig kon geproduceerd worden. Nadien verrijkten ook wilde granen, gerst en haver de voedingswereld. Toch bleven de hoeveelheden nog beperkt.

Dat veranderde echter, want door de industrialisatie vanaf eind de 19de eeuw, was alles in grote mate te produceren. Subsidies voor landbouw werden uitgerijkt en goedkope producten zoals maïs, tarwe en bloem werden in massale hoeveelheden geproduceerd. Dit betekende het einde van de individuele zelfvoorziening.

Maisernte
Photo by no one cares / Unsplash

Later werd duidelijk dat de invoering van de landbouw wel eens een grote fout in de geschiedenis van het menselijke ras zou kunnen geweest zijn, zo benadrukten enkele antropologen. Want in tijden waarin voedselbronnen extreem schaars waren en afhankelijk van het seizoenaanbod, bood de voorkeur voor levensmiddelen met een hogere energiedichtheid (maïs of honing) een cruciaal overlevingsvoordeel. Hetzelfde kon worden gezegd over vet, dat al in kleine hoeveelheden veel energie en vitale stoffen leverde en tegelijkertijd een belangrijke smaakmaker was.

In onze maatschappij is de mix van zoet en vet nog steeds de ideale combinatie. Dat weten we uit eigen ervaring. Vroeger was deze mix zeker nuttig. Maar omdat onze maatschappij, en daarmee ook de voedselindustrie dramatisch is veranderd, maar ons lichaam nog steeds hetzelfde werkt, is deze mix echter fataal. Hij maakt dik en, zoals uit studies blijkt, ook ziek. [2], [4], [5]


Kunnen we dan zeggen dat obesitas een ziekte is van onze tijd? Welnee! De Pima, het volk dat in het huidige Arizona leefde in 1900 bijvoorbeeld, werd ook geconfronteerd met obesitas. Terwijl het voornamelijk voorkwam bij vrouwen in de bevolking, ging men er toen van uit dat zij minder actief waren dan de mannen. Overgewicht bij de Pima werd al snel toegeschreven aan een tekort aan beweging. Echte bewijzen werden echter nooit geleverd. Tot die tijd bleef de prevalentie van obesitas nog beperkt.

Het was pas in het midden van de negentiende eeuw dat bloem voldoende goedkoop werd voor consumptie. Tot dan was dit enkel voor de bevoorrechte klassen beschikbaar. Na 1950 bestond de voeding van Pima-vrouwen voor meer dan 50% uit suikers en zetmeel, wat een opvallende stijging betekende ten opzichte van de 30% in 1900. Als reactie op deze veranderende voedingsinname, leek ook de prevalentie diabetes (of suikerziekte), toe te nemen.

Ook andere cijfers uit de Verenigde Staten vertonen hetzelfde fenomeen. Waar het voorkomen van obesitas relatief constant bleef met een prevalentie van 12-14% tussen 1960 en 1980, ging die trend in stijgende lijn. In 2005 bijvoorbeeld, bedroeg de prevalentie maar liefst 36%, zoals in onderstaande grafiek geïllustreerd.  

Deze stijging was niet alleen in de Verenigde Staten te zien. Wereldwijd steeg de prevalentie als reactie op de verhoogde consumptie van suikers en geraffineerde koolhydraten.

Hoewel voeding rond die tijd reeds onderwerp van debat vormde, werden we massaal ziek en wisten we niet goed wat we konden eten. Wel werden we aangemoedigd om koolhydraten toe te voegen aan ons dieet doordat onderzoeken vanaf die tijd konden gesponsord worden door grote industrieën. Zou dit ons opnieuw gezonder maken?


In 1960, financieerde de suikerindustrie een onderzoek dat hart- en vaatziekten aan vet en cholesterol koppelde terwijl het bewijs werd geleverd dat suiker de echte 'moordenaar' was. [4] Meer nog: er was geen enkel bewijs (!) dat een 'vet-arm' dieet kon bijdragen aan minder obesitas of hart- en vaatziekten. Wel gingen we er vanaf die tijd van uit dat vetten slecht waren, maar het idee was eerder gebaseerd op geloof en intuïtie, dan op de wetenschap. Het evolueerde verder, onafhankelijk van de wetenschap, richting een anti-vet, anti-vleesbeweging.

Toch koos men er toen voor om 'vet-arme' diëten aan te moedigen, en deze 'doorbraak' gaf de voedings- en medische wereld weer hoop. De gedachte dat vet ongezond was, was aanleiding tot angst in de maatschappij en zorgde voor een verandering in de voedingspatronen van vele mensen. Wat startte als speculatieve hypothese, werd al snel getransformeerd in voedingsdogma's die vetarme diëten in een goed daglicht plaatsten. Dit advies liet de voedingsmiddelenindustrie dus toe om vetarme en koolhydraatrijke voeding zelf als gezond te bestempelen en marketing werd hierop aangepast.

Markham Heid [3], ervaren gezondheidsspecialist en schrijver, schrijft hierover het volgende:

'De verandering in voedingsadvies waarbij het 'vet-arm dieet' werd gepromoot, is misschien de grootste fout in de moderne medische geschiedenis. Meer nog: in de maatschappij worden we overstelpt met misleidende reclames en voedingsadvies. Het idee dat we vet moeten bannen uit ons voedingsschema, werd echter nooit aangetoond met echt bewijs.'

We werden gebombardeerd met onjuiste informatie en stellen ons tot op vandaag nog te weinig de vraag naar de correctheid van dergelijke adviezen. In 1984 bijvoorbeeld, in een publicatie van 'Time Magazine', ging alle aandacht uit naar vetten als grote doosdoener. Vetten werden bestempeld als negatief voor de gezondheid en het lichaamsgewicht. Verder kwam opnieuw de boodschap dat vetten de oorzaak zouden zijn van hart- en vaatziekten.

'1984: Time magazine, the results of a drug trial are translated into the message that fatty foods will cause heart disease.'

Ook in 1990 nog, bevestigde een rapport van 'The American Heart Association (AHA)' en 'The National Heart, Lung, and Blood Institute (NHLBI)' het verband tussen een verhoogde vetinname en een grotere kans op hart- en vaatziekten. Geen enkel concreet testresultaat vertoont echter het verband.

Meer nog, het idee dat vetten schadelijk waren, was niet langer een twijfel onder de bevolking, ondanks gebrek aan bewijs. De publieke houding ten opzichte van het onderwerp was eenduidig en concreet, hoewel de geschiedenis meermaals had uitgewezen dat we massaal zieker werden. Toch werd de AHA gezien als de belangrijkste bron van deskundige informatie over de kwestie. Verder bleef deze instelling de schijn van unanimiteit rond de schadelijkheid van vetten behouden, waar er eigenlijk geen unanimiteit bestond.

Als reactie hierop werden 'lightproducten' steeds meer gepromoot, met als gevolg dat de suikerconsumptie steeg, en de vetconsumptie daalde. Dit bleek later een ramp voor de volksgezondheid. We kunnen alvast niet zeggen dat we er met z'n allen gezonder op geworden zijn.  [2], [4], [5]

De bevolking werd ook via andere wegen geadviseerd om minder vet te eten. Omdat vet de meeste calorieën bevat (9 kcal ten opzichte van 4 kcal voor eiwitten en koolhydraten), werden we massaal aangemoedigd om er minder van te eten. Dit zou, naast het vermijden van hartfalen, namelijk ook de gewichten naar beneden kunnen halen?

Wat we in de plaats daarvan zien is dat:

  • de portiegroottes verder zijn uitgebreid;
  • de tijd waarbinnen we dagelijks eten serieus verlengd is;
  • de gewichten massaal gestegen zijn.

Maar misschien was 'vet' niet de meest relevante factor in de zoektocht naar een betere gezondheid?  

Jammer is dat veel mensen tegen die tijd al besloten hadden dat vet moest vermeden worden, hoewel ze hier geen bewijs voor nodig hadden. Anderen zijn koolhydraten in onbeperkte mate gaan toevoegen omdat ze dachten (en werden verteld) dat die wel gezond waren, en ook zij hadden geen bewijs nodig.  

Er was een duidelijke officiële omarming van koolhydraten te merken. Ze zouden gezond zijn en we worden sterk aanbevolen hier meer van te eten. Een verhoogde koolhydraatinname werd al snel gezien als positief voor de gezondheid. Vanaf die tijd was het eten van koolhydraten dus eerder de regel, en het eten van vetten zeker een uitzondering.

Later was steeds duidelijker dat de stijgende prevalentie van obesitas samenviel met de officiële aanbevelingen om minder vet te eten. Dit suggereert de mogelijkheid, dat de wereldwijde productie en consumptie van koolhydraten onbedoelde gevolgen zou kunnen hebben gehad.

Hierna bespreken we ‘koolhydraten’ in hun diverse vormen.

Wat zijn koolhydraten

Koolhydraten, ook wel sachariden genoemd, zijn voedingsstoffen die ons van energie voorzien. Net zoals andere macrovoedingsstoffen (eiwitten en vetten) hebben koolhydraten hun functie binnen een gevarieerd en gezond dieet. Voor velen onder ons vormen koolhydraten de primaire energiebron.

We kunnen koolhydraten onderverdelen in:

  • suiker;
  • zetmeel;
  • vezels.

Koolhydraten komen voor in groenten en fruit, aardappelen, rijst en brood. Maar ook melkproducten, frisdranken, koeken en snoepen bevatten koolhydraten.

Doorgaans leveren koolhydraten, net als eiwitten, slechts 4 kcal per gram. Dit in tegenstelling tot vetten, die maar liefst 9 kcal per gram leveren (de ideale zondebonk dus, zo bleek later, om vetarme diëten aan te prijzen). Koolhydraten worden vaak gezien als belangrijkste energieleverancier voor ons lichaam. Terwijl suikers en zetmeel een belangrijke energiebron (kunnen) zijn voor het lichaam, leveren vezels echter geen energie.

best breakfast ever
Photo by jwlez / Unsplash

Koolhydraten zijn opgebouwd uit koolstof-, waterstof, en zuurstofatomen. De chemische structuur en daarmee ook de complexiteit van het specifieke type koolhydraat, bepaalt hoe het lichaam ze verteert.

Er bestaan eenvoudige en complexe koolhydraten. Sommige koolhydraten bestaan uit slechts één suikermolecuul maar heel wat andere koolhydraten bestaan uit twee of meerdere moleculen. Het aantal kan dus verschillen en is afhankelijk van het type koolhydraat. We kunnen een indeling maken op basis van complexiteit of verteerbaarheid.

De indeling van koolhydraten: complexiteit

'De indeling van koolhydraten: complexiteit en voorkomen'

Enkelvoudige koolhydraten

Monosachariden

Koolhydraten die bestaan uit slechts één suikermolecuul worden ook wel monosachariden genoemd. Door hun eenvoudige chemische opbouw, worden ze vrijwel onmiddellijk afgegeven in het bloed. Voorbeelden zijn: fructose, glucose en galactose.

  • Fructose of vruchtensuiker is een natuurlijke suiker die terug te vinden is in zoete vruchten en vaak wordt gebruikt als zoetstof. Daarnaast is honing een bekende bron van fructose, met een fructosegehalte van ongeveer 40%. Fructose draagt een kenmerkende zoetigheid met zich mee en wordt sneller opgenomen in het lichaam dan glucose.  
  • Glucose of druivensuiker is ook een natuurlijk suiker en wordt in de voedingsmiddelenindustrie ook wel dextrose genoemd. Bij mens en dier circuleert glucose in het bloed als bloedsuiker. De glucose in het bloed is afkomstig van voornamelijk zetmeel, dat eerder door enzymen werd afgebroken in het spijsverteringskanaal. [6]
  • Galactose, wat in natuurlijke vorm voorkomt in zuivelproducten, wordt door het lichaam omgezet in glucose. De maag en darmen zijn hiervoor verantwoordelijk. Galactose is ook een onderdeel van lactose en komt om die reden voor in allerlei melkproducten.

Disachariden

Koolhydraten die bestaan uit twee suikermoleculen worden ook wel disachariden genoemd. Voorbeelden zijn: lactose, sucrose/sacharose, trehalose en maltose. Het lichaam staat in voor de chemische deling van de suikermoleculen. Doordat ze slechts uit twee moleculen bestaan, zorgen ze -net zoals monosachariden- voor een snelle stijging van de bloedsuikerspiegel en zorgen ze door hun eenvoudige opbouw voor een snelle energievoorziening.

  • Lactose of melksuiker komt voor in melk en zuivelproducten. Melksuiker is een disacharide en wordt gevormd door een chemische verbinding van galactose en glucose (monosachariden).
  • Sacharose of sucrose wordt gevormd door een combinatie van glucose en fructose (monosachariden) en wordt gewonnen uit suikerriet. Doordat fructose gebonden is aan glucose, is de keten complexer dan bij enkelvoudige suikers.

Terwijl de monosachariden en disachariden dus vrijwel direct opneembaar zijn in het lichaam en kunnen als energiebron gebruikt worden, dienen meervoudige suikerketens door het lichaam afgebroken te worden. Meervoudige of complexe koolhydraten zoals brood, aardappelen, pasta en rijst bijvoorbeeld, ondergaan een uitvoeriger afbraakproces.

Meervoudige koolhydraten

Tijdens het verteringsproces worden complexe koolhydraten afgebroken tot enkelvoudige suikers. De tijd die hiervoor nodig is, is afhankelijk van de complexiteit en de hoeveelheid suiker- of glucoseketens. Dit soms complexe proces, wordt mede gestuurd door de aanwezigheid van verteringsenzymen in speeksel en alvleesklier.

Oligosachariden

Meervoudige koolhydraten, meerbepaald oligosachariden, zijn koolhydraten die bestaan uit 3 tot 9 suikermoleculen zoals maltodextrine. Voor de vertering dienen ze dus afgebroken te worden tot enkelvoudige ketens wat maakt dat we ze plaatsen onder de complexe koolhydraten.

  • Maltodextrine is een oligosacharide die verwerkt wordt in voedingsmiddelen zoals babyvoeding, pudding, sauzen en dressings. Onlangs zag ik dat maltodextrine eveneens verwerkt is in voedingssupplementen. Het is eigenlijk een wit poeder dat wordt gewonnen uit maïs, en voornamelijk bestaat uit zetmeel. Omwille van zijn goedkope kost, wordt maltodextrine frequent als verdikkingsmiddel gebruikt en/of aan geneesmiddelen toegevoegd als bindmiddel.
Grilled Corn
Photo by Dragne Marius / Unsplash

Polysachariden

Polysachariden zijn koolhydraten die bestaan uit 10 of meer suikermoleculen. Voorbeelden zijn: zetmeelsoorten zoals amylose of vezels zoals cellulose.

  • Amylose komt op natuurlijke wijze voor in tarwe en producten die daarop gebaseerd zijn. Amylose is een zetmeel en bestaat uit meerdere suikermoleculen. Omwille van de complexiteit van amylose, wordt het traag afgebroken tot glucose, en zorgt het dus niet voor een grote verandering van de bloedsuikerspiegel. Het tijdrovende verteringsproces maakt dat de glucose traag wordt afgegeven in het bloed.
Bavarian Cornfield
Photo by Evi Radauscher / Unsplash
  • Cellulose is de meest natuurlijke vezel op aarde en komt voor in planten en sommige algen. Ook groenten en fruit zijn bronnen van vezels en ook in sauzen, soepen en margarines komt cellulose voor. Dit is te herkennen aan het E-nummer 'E460' op het voedingslabel. Deze meervoudige en dus complexe suiker is in tegenstelling tot zetmeel of andere soorten koolhydraten, heel slecht afbreekbaar. Dit betekent dat ze niet verteerd kunnen worden, en dus ongewijzigd het lichaam verlaten via de stoelgang. Dit maakt vezels een bijzondere categorie onder de koolhydraten.
Photo by Thomas MARCHAND / Unsplash

Naast de verdeling van koolhydraten op basis van complexiteit, kunnen ze ook ingedeeld worden op basis van verteerbaarheid. We maken het onderscheid tussen de verteerbare en de onverteerbare koolhydraten.

De indeling van koolhydraten: verteerbaarheid

Verteerbare koolhydraten

Alle koolhydraten die in de dunne darm kunnen worden afgebroken tot één suikermolecuul (een monosacharide) zijn de verteerbare koolhydraten. Ze worden opgenomen door het lichaam en zijn door hun eenvoudige opbouw een efficiënte energieleverancier. Enkelvoudige en meervoudige koolhydraten zijn beide voorbeelden van verteerbare koolhydraten.

Het lichaam gebruikt voornamelijk suikers en zetmeel als snelle bron van energie. Ze zitten in producten zoals aardappelen, graanproducten en veel bewerkte voedingsmiddelen waaronder ook koek en snoep. Ze behoren tot de verteerbare koolhydraten en zijn dus volledig beschikbaar als energiebron voor het lichaam.

Uiteindelijk worden alle verteerbare koolhydraten omgezet in monosachariden en getransporteerd van de darm naar de lever. Fructose en galactose worden daar omgezet in glucose. Glucose wordt nadien afgegeven aan het bloed voor de energievoorziening.

Niet-verteerbare koolhydraten of vezels

Koolhydraten in de vorm van suikers en zetmeel kunnen in de dunne darm eenvoudig verteerd worden. Maar niet alle koolhydraten kunnen in het lichaam opgenomen worden. De onverteerbare koolhydraten worden ook wel voedingsvezels genoemd.

Fermenteerbare voedingsvezels

Vezels die in de dikke darm afgebroken worden door bacteriën, zijn fermenteerbare (oplosbare) voedingsvezels. Ze geven wél energie en leveren naar schatting zo'n 2 kcal per gram. Ze zorgen eveneens voor een toegenomen gevoel van verzadiging waardoor je minder eet. Volkorenproducten, graanproducten of lijnzaad zijn voorbeelden van fermenteerbare vezels.

Niet-fermenteerbare voedingsvezels

Vezels die het lichaam geen energie geven, ook wel niet-fermenteerbare (niet-oplosbare) vezels genoemd, kunnen op geen enkele manier door het lichaam worden afgebroken. Ze leveren dus geen calorieën. Ze verlaten ongewijzigd, via de ontlasting, het lichaam. Wel hebben ze een andere belangrijke functie. Ze fungeren als prebiotica en zijn een belangrijke voedingsbron om constipatie te voorkomen. Een bekend voorbeeld van een niet-fermenteerbare vezel is cellulose, wat terug te vinden is in plantaardige voedingsmiddelen zoals groenten, peulvruchten, fruit, granen, noten en zaden. [7]

Lichamelijke effecten

Suikers en zetmeel

Het begint eigenlijk allemaal bij de opname van suikers of zetmeel, ook wel bekend als de verteerbare koolhydraten. Zodra we suiker- of zetmeelrijke voeding eten (en in normale omstandigheden), maakt het lichaam glucose aan dankzij het hormoon glucagon. De beschikbare glucose wordt vanuit de darm opgenomen in het bloed, waardoor het ook wel bloedglucose of bloedsuiker genoemd wordt.

Glucose behoort tot de meest eenvoudige vorm van suiker. Doordat glucose slechts uit één suikermolecuul bestaat, zorgt de aanwezigheid van glucose in het bloed voor een snelle verandering in de bloedsuikerspiegel. Na een koolhydraatrijke maaltijd stijgt om die reden ook de bloedsuikerspiegel.

Glucagon zorgt dus voor een stijging van de bloedsuikerspiegel. Bij gezonde mensen stimuleert deze stijging de afgifte van insuline, een hormoon dat afgescheiden wordt door 'de eilandjes van Langerhans' in de alvleesklier. Insuline zorgt ervoor dat de cellen glucose uit het bloed kunnen opnemen. In tegenstelling tot glucagon, dat de bloedsuikerspiegel verhoogt, verlaagt insuline de bloedsuikerspiegel. Wel zijn beide hormonen verantwoordelijk voor een gebalanceerde bloedsuikerspiegel.

We weten dat insuline en glucagon een rol spelen bij de glucosestofwisseling. Want dankzij de afgifte van insuline, volgt er een daling van de bloedsuikerspiegel en kan de beschikbare glucose naar de spieren, organen en hersenen worden gestuurd. Dit hormoongereguleerd systeem zorgt ervoor dat we glucose voor energie kunnen gebruiken.

Glucose die niet direct in energie wordt omgezet, wordt omgezet in glycogeen, wat in de spieren en de lever wordt opgeslagen als reserve. Dit proces wordt glycogenese genoemd. Wanneer de bloedsuikerspiegel te laag is, zorgt de lever ervoor dat glycogeen vrijkomt zodat de levercellen glucose kunnen afgeven in het bloed. Hierdoor stijgen de glucosewaarden.  

Opvallend is dat, zelfs wanneer er geen glycogeen voor handen is, kan het lichaam, meerbepaald de lever, zelf glucose aanmaken uit eiwitten of vetten. Deze hormonen spelen om die reden ook een belangrijke rol bij de vetstofwisseling.

Let wel: de opslag van glycogeen is beperkt. Een te hoge inname van glucose kan niet integraal als energie worden gebruikt of als glycogeen worden opgeslaan. Een te hoge bloedsuikerspiegel in combinatie met goed aangevulde reserves, kan dus leiden tot vetopslag.

Dus zelfs wanneer we geen vet eten, kunnen we 'vet' worden? We weten dat glucose een belangrijke invloed heeft op zowel de algemene gezondheid alsook het lichaamsgewicht. Een stabiele bloedsuikerspiegel stimuleert als het ware de gezondheid, en helpt bij gewichtsverlies. Wanneer er echter een teveel aan koolhydraten wordt opgenomen, wordt glycoceen omgezet in lichaamsvet.

Dit is waarom volgers van het Ketodieet hun koolhydraatconsumptie tot een absoluut minimum beperken. Op die manier onthouden ze zich van glucose, die binnen een standaard dieet de optimale energieleverancier is. Wanneer er geen koolhydraten worden gegeten, gaat het lichaam energie halen uit vetreserves. De lever zorgt er bij dit proces voor dat de vetten worden omgezet naar ketonen, die nadien in onze bloedbaan terecht komen. Op die manier kunnen we de geproduceerde ketonen aanwenden als energieleverancier en zijn we niet langer en/of uitzonderlijk op glucose aangewezen.

Glycemische index als belangrijke maatstaf

Elk product heeft een specifieke glycemische index (GI), die nauw samengaat met de manier waarop de voeding in ons lichaam verwerkt wordt. De GI van een voedingsmiddel wordt uitgedrukt in een getal van 0 tot 100. Elk getal representeert het effect van koolhydraten op de bloedsuikerspiegel. Een GI kleiner dan 55 beschouwen we als laag. Een GI tussen 55 en 70 is gemiddeld, en wanneer die groter is dan 70, beschouwen we die als hoog.

Koolhydraten die snel worden afgebroken tijdens de spijsvertering en hun glucose snel afgeven in de bloedbaan hebben een hoge glycemische index, terwijl koolhydraten die langzaam afbreken en hun glucose geleidelijk aan het bloed afgeven een lage index hebben.

Enkele voorbeelden:

  • pastinaak: 97
  • aardappelen: 95
  • vanille ijs: 65
  • chocolade cake: 60
  • witte rijst: 58
  • tortillas: 36
  • pasta: 29
  • tonijn in water: 26
  • ei: 23
  • tonijn in olijfolie: 19
  • ui: 10
  • spek: 9

Uiteindelijk worden alle verteerbare koolhydraten in de vorm van glucose aan het bloed afgegeven. Daar kunnen ze snel zorgen voor energie of kunnen ze in de vorm van glycogeen of vet (!) worden opgeslagen als reserve voor het lichaam.

Vezels

Vezels stimuleren goede bacteriën in de darmen en zijn verantwoordelijk voor een goede stoelgang. Vezels worden dus niet gebruikt als brandstof. Dit maakt vezels bijzonder en uniek. Ze vormen een goede voedingsbron en zijn in essentie niet te vergelijken met eenvoudige, (snel) verteerbare koolhydraten. We laten ze hier dus even buiten beschouwing.

De functie van koolhydraten

Koolhydraten zorgen voor energie

Verteerbare koolhydraten zijn een optimale energieleverancier. Voor velen onder ons vormen ze dagelijks een groot deel van de totale calorie-inname. We kunnen ons geen leven voorstellen zonder en ze zijn bovendien verslavend. Mede door hun grote aanbod zijn ze een gemakkelijk en vaak goedkoop alternatief. Hun belangrijkste eigenschap is het leveren van energie.

Zoals gezegd leveren koolhydraten, of toch de verteerbare, 4 kcal per gram. Dit geldt eveneens voor eiwitten, die zowel in dierlijke (vis, kip, vlees) alsook in plantaardige vormen (kikkererwten, linzen, peulvruchten) voorkomen. In tegenstelling tot vetten, met hun hoge caloriedichtheid, met name 9 kcal, leveren koolhydraten en eiwitten dus minder calorieën. Toch zorgt de lichamelijke hormonale respons (glucagon-insuline) ervoor dat koolhydraten de snelste energieleverancier zijn in hun soort.  

Hoewel koolhydraten ons dus heel wat energie kunnen geven, kan een instabiel insulineniveau voor grote energiepieken- en/of dalen zorgen. Kort na de inname ervan bijvoorbeeld krijgt het lichaam veel energie. Even later, door de snelle daling (die afhankelijk is van de GI en mede veroorzaakt wordt door insuline) van de bloedsuikerspiegel, krijgen we al snel weer honger.

Deze hunkeringen kunnen zorgen voor een disbalans in het energieniveau. Misschien hebben jullie al gemerkt dat je een aantal uur na de lunch opnieuw 'zin' hebt in meer? Ik betwijfel echter dat dit is door een gebrek aan reserve.  

Koolhydraten worden gebruikt als reserve voor het lichaam  

Indien er veel insuline afgegeven wordt (als reactie op de koolhydraatinname) dan is dat voor het lichaam een teken dat er blijkbaar veel energie voorhanden is waardoor het lichaam een signaal krijgt om de beschikbare reserves op te slaan, hoewel die eigenlijk vaak nog goed aangevuld zijn.

Het lichaam slaat de energie, verkregen uit koolhydraten op in spieren en de lever. Dit doet het in de vorm van glycogeen. Let wel: de opslagcapaciteit is slechts beperkt. We weten dat glucose een belangrijke invloed heeft op zowel de algemene gezondheid alsook het lichaamsgewicht. Een stabiele bloedsuikerspiegel stimuleert als het ware de gezondheid, en helpt bij gewichtsverlies. Wanneer er echter een teveel aan koolhydraten wordt opgenomen, wordt glycoceen omgezet in lichaamsvet.

Hoe hoger de glycemische index en dus de insulinewaarden, hoe minder vet er zal verbrand worden en hoe moeilijker het dus is om af te vallen. De vetverbranding kan door een onstabiel en/of blijvend verhoogd insulineniveau namelijk volledig geblokkeerd worden, zodat afslanken onmogelijk wordt.

Evolutionair gezien bewaren we de verkregen energie en de overschotten daarvan voor slechte tijden. Het essentiële verschil met vroeger is echter dat we tegenwoordig 24 uur per dag voedsel binnen handbereik hebben.

Het omgekeerde is gelukkig ook waar, want als de voorraden glycogeen zijn uitgeput, gebruikt het lichaam de opgeslagen vetreserves voor energie. Dit kan een positief effect hebben op de vetverbranding.

Koolhydraten absorberen vocht

Het eten van koolhydraten zet de nieren ertoe aan om zout vast te houden in plaats van het uit te scheiden. Dit gebeurt door absorptie. Het is zo dat wanneer we koolhydraten eten, en glucose als glycogeen wordt opgeslaan, daarmee ook extra vocht wordt vastgehouden. Iedere gram glucose die wordt opgeslaan, houdt ook drie gram vocht vast. Hierdoor kan het lijken alsof je flink gezwollen bent wanneer je veel koolhydraten eet.

Het lichaam houdt als het ware extra lichaamsvocht vast zodat de zoutconcentratie in het bloed constant blijft. Nu we weten dat koolhydraten ervoor zorgen dat we vocht absorberen, om hiermee ook de zoutwaarden in ons bloed te proberen reguleren, is het niet onlogisch dat het verwijderen van koolhydraten uit het dieet, kan zorgen voor opmerkelijke lichamelijke veranderingen.

Ik merkte dit voornamelijk tijdens de eerste weken volgens het koolhydraatarme dieet. Ik moest hierdoor vaak plassen en bleek een tekort te hebben aan zout. Dit besprak ik eveneens in het artikel rond 'De Ketogriep' als mogelijkse nadelen van het dieet. Verder had ik wél als grote voordeel dat ik tijdens de eerste weken heel wat vocht verloren was doordat koolhydraten uit mijn menu verdwenen waren. Het effect was opmerkelijk en bemoedigend.

Waarom koolhydraten écht slecht zijn

Het is zeker mogelijk dat obesitas, diabetes, hartaandoeningen en andere ziekten allemaal onafhankelijke oorzaken hebben, zoals de conventionele wijsheid suggereert. Maar dat vetten hier de grootste doosdoener zijn is volgens mij te eenvoudig gesteld en niet volledig correct. Want voor mij is het steeds opvallender dat geraffineerde koolhydraten en suiker, ernstige verstoringen in de bloedsuikerspiegel kunnen veroorzaken. Daar ben ik alvast van overtuigd. Hierdoor kan ons lichaam resistent worden voor bepaalde hormonen met mogelijks ernstige gevolgen.

Metabool syndroom

Een te hoge bloeddruk, te hoge cholesterol, verhoogde bloedsuikerwaarden en overgewicht of zelfs obesitas,... Deze vaak voorkomende, comorbide risicofactoren vormen samen het 'metabool syndroom' en zijn dus onderdeel van één ziektebeeld. Soms wordt er ook gesproken over het 'insulineresistentiesyndroom', 'het stofwisselingssyndroom' of 'het syndroom X'. [2], [5]

Bovenbeschreven aandoeningen komen steeds vaker voor en brengen de levensverwachting van heel wat individuen in het gedrang. [5] We weten dat het metabool syndroom nauw is verbonden met insulineresistentie. Daarnaast werd het meermaals geassocieerd met obesitas.

Insulineresistentie

In normale omstandigheden breekt het spijsverteringsstelsel het voedsel af tot in de meest eenvoudige vorm (glucose) zoals meermaals besproken. Als reactie op de verhoogde bloedsuikerspiegel maakt de alvleesklier insuline aan. Dit hormoon is verantwoordelijk voor het efficiënt doorlaten van glucose zodat de bloedsuikerspiegel opnieuw kan dalen. Insuline is dus een heel belangrijk hormoon dat homeostase van het lichaam coördineert en reguleert.

In 1970 had men de gewoonte om drie maal daags te eten. Hierdoor vertoonde het lichaam gedurende drie (korte) periodes een verhoogde insulinerespons. Men at gewoonlijk tussen 8 uur 's morgens en 6 uur 's avonds en snacks werden tot die tijd weinig gegeten.

Het lichaam kende duidelijk het verschil tussen de insuline-dominante en de insuline-deficiënte periodes. Wanneer er niet werd gegeten, kreeg het lichaam rust. Ook doorheen de dag en tijdens de nachtsrust was er hierdoor sprake van een laag insulinepeil.

In 1990 was het eerder de gewoonte om zes maal daags te eten, toen het advies kwam om meer snacks te eten om het 'metabolisme op peil te houden'. In onderstaande (fysiologische) reactie kan je het effect van deze aanbevelingen zien.

Ik stel mij steeds meer de vraag of dergelijke aanbevelingen (blijven eten, constant) niet louter gebasseerd zijn op het idee dat we als consument zoveel mogelijk moeten verbruiken. Want niemand heeft er als het ware baat bij ons het advies te geven om 'minder te eten'?

Wel kunnen we zeggen dat hoge dosissen een nog hogere blootstelling veroorzaken. En net zoals een hoge blootstelling aan alcohol een resistentie voor alcohol kan veroorzaken of zoals een antibioticakuur het lichaam ook resistent kan maken voor antibiotica, zo ook kan een verhoogde en/of constante insulinerespons de insulineresistentie in de hand werken.


Veruit de meest dramatische verandering in de laatste twee miljoen jaar, is dus te wijten aan de introductie van suiker en geraffineerde, licht verteerbare koolhydraten. We weten dat de bloedsuikerspiegel stijgt na dergelijke maaltijd. Hierdoor stijgen ook onze insulineniveaus en zijn ze soms zelf chronisch verhoogd.

Hoge dosissen veroorzaken resistentie want ons lichaam bouwt immuniteit op (zonder initieel een echte ziekte te veroorzaken of in geval van antibiotica, te genezen). Als reactie hierop verhogen we de dosis en krijgt ons lichaam hier alle signaal toe, waardoor ook de resistentie verhoogt. Een vicieuze cirkel dus. Hoe hoger de insulineniveaus, hoe groter de resistentie!

  • Weefsels kunnen dus wel degelijk resistent worden voor insuline.
  • Wanneer het lichaam insulineresistent is, reageren de cellen niet normaal op insuline en kan glucose het bloed niet voldoende verlaten. Hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel.
  • Als reactie hierop maakt het lichaam nog meer insuline aan om de glucose alsnog in de cellen te kunnen sturen, vaak niet efficiënt. Dit verhoogt opnieuw de resistentie.
  • En hoe meer insuline, hoe groter de effecten (denk aan hoge bloedsuiker, verhoogde vetopslag) en hoe opmerkelijker de opgebouwde resistentie! [6]

En sinds we dus massaal geconfronteerd worden met grote hoeveelheden suiker, kunnen chronische ziekten gezien worden als de disbalans in homeostase. Ze zijn het gevolg van een steeds veranderende bloedsuikerspiegel, een verhoogde insulineresistentie en andere fructose-geïnduceerde veranderingen. [6]

Overgewicht en obesitas

Obesitas is een chronische ziekte waarbij er een overmatige vetopstapeling in het lichaam ontstaat. Deze vetopslag geeft aanleiding tot verschillende gezondheidsrisico's. Bij volwassenen wordt obesitas gedefinieerd als een 'Body, Mass, Index (BMI)' van 30 of meer. Dit groeiende fenomeen brengt gevaarlijke gezondheidsrisico's met zich mee en zorgt eveneens voor een stijgende kost voor de gezondheidszorg. [5]

Zoals gezegd kunnen koolhydraten zorgen voor een verhoogde aanmaak van insuline. Hoe meer insuline er wordt aangemaakt, hoe minder vet er zal verbrand worden en hoe moeilijker het dus is om af te vallen. Dit kan ertoe leiden dat de vetverbranding volledig geblokkeerd wordt, zodat afslanken onmogelijk wordt.

Daarnaast zorgt de lichamelijke respons al snel voor honger na het eten van koolhydraten. Hoeveel calorieën men dus wil eten is heel sterk verbonden met hoeveel insuline er geproduceerd wordt in het lichaam als reactie op koolhydraatinname. Obesitas wordt omwille van bovenbeschreven redenen dan ook vaak toegeschreven aan insulineresistentie.

Bij de opname van vet geldt juist het tegenovergestelde principe. Vet zorgt ervoor dat het lichaam beter verzadigd is, en de nood naar voeding dus een stuk lager is.

Zowel insulineresistentie alsook obesitas kunnen ernstige medische aandoeningen veroorzaken.

Medische gerelateerde aandoeningen

Diabetes

Diabetes type 1

De oorzaak van diabetes 'type 1' is niet gerelateerd aan suikerrijke voeding. Het is een aangeboren immuunziekte waarbij de alvleesklier wordt vernietigd. Hierdoor valt de insulineproductie vrijwel helemaal weg. De bloedsuikerspiegel kan ernstige schommelingen vertonen als gevolg hiervan.

Diabetes type 2

Diabetes 'type 2' is niet te vergelijken met 'type 1' omdat deze vorm wél gerelateerd is aan voeding en vaak pas op latere leeftijd opduikt. Bij diabetes 'type 2' wordt er omwille van een ongezonde levensstijl, te veel insuline aangemaakt. We bespraken al dat dit aanleiding geeft tot het opslaan van reserves of vet en insulineresistentie in de hand kan werken.

Wie veel suiker eet (of drinkt) vergroot dus ook de kans op obesitas en/of insulineresistentie. Dit kan op zijn beurt leiden tot diabetes 'type 2'. Daar bovenop wordt diabetes geassocieerd met een 2 tot 4 maal hoger sterfterisico door hartaandoeningen, zo blijkt uit onderzoek. [8]

Wanneer het lichaam insulineresistent is, kan de glucose het bloed niet gemakkelijk verlaten waardoor de bloedsuikerspiegel stijgt. Daarnaast is er door dit defect een te laag energieniveau doordat glucose niet efficiënt kan worden opgenomen door het lichaam.

No matter how you’re feeling, donuts can make you feel just that little extra goodness in life.  These donuts were celebrating a 21st birthday … but the reality is, you really don’t need to be celebrating anything particular … just celebrate life! 

Happy Donut Day (June 1)
Photo by Rod Long / Unsplash

Opvallend is dat diabetes 'type 2' pas bestaat sinds populaties toegang hebben tot suiker en andere geraffineerde koolhydraten, niet langer. Het was deze waarneming die 'Jared Diamond' ertoe bracht landbouw te omschrijven als 'de grootste fout in de geschiedenis van de mensheid'. Antropologen hebben gemeld dat de algemene gezondheid is afgenomen in plaats van verbeterd door de invoering van de landbouw.

Door een gebrek aan aandacht voor en een gebrek aan fundamenteel wetenschappelijk onderzoek naar de werkelijke oorzaak en de preventie van diabetes 'type 2', krijgen mensen met deze aandoening grote hoeveelheden insuline aangeboden in medicamenteuze vorm zodat de bloedsuikerspiegel alsnog kan dalen (lees: de resistentie nog kan vergroten). Meer nog: allerlei belangengroepen komen op voor een efficiënte behandelmethode van deze aandoening terwijl de échte oorzaak niet meegenomen wordt in het nemen van de juiste maatregelen.

Het toedienen van insuline aan mensen met diabetes maakt de aandoening alleen maar erger en de resistentie alleen maar groter. Doordat het lichaam toch blijvend blootgesteld kan worden aan insuline, is deze behandelmethode gericht op de korte termijn en is er binnen deze visie te weinig aandacht voor de oorzaak.

In het boek 'The Obesity Code', geschreven door Jason Fung, las ik onlangs het volgende:

'Even if their sugars are getting better, their diabetes is getting worse'.

In tegenstelling tot het verhogen van de dosis, denk ik dat het juist een kunst is om de bloedsuikerspiegels massaal te verlagen. Weten jullie ondertussen al hoe dit te doen?

Hart- en vaatziekten

Reeds in 1950 ontstonden vroege waarschuwingssignalen van het risico op coronaire hartziekten door de inname van suiker. Toch werden coronaire hartziekten na die tijd beschouwd als gevolg van een te hoge vetinname en het negatieve effect van cholesterol. Opvallend hierbij is dat de 'Sugar Research Foundation (SRF)' sponsor was van het onderzoek. Het bewijs dat het gebruik van suiker de belangrijkste risicofactor vormde in het ontwikkelen van hartfalen echter, werd weliswaar door diezelfde industrie, volledig gebagatelliseerd. [4] [8]

Daarmee is ook duidelijk, dat de suikerindustrie rond die tijd sponsor was van verschillende onderzoeksprogramma's waarbij vet als de grote boosdoener werd gepromoot. Hun succes heeft ertoe geleid om de gevaren van suiker in twijfel te trekken of zelfs niet meer mee te nemen in de beschouwing.

Wel weten we allemaal dat de kans op hart- en vaatziekten afneemt bij een gezonde levensstijl. Ook is duidelijk dat een teveel aan koolhydraten kan leiden tot obesitas, een hogere bloeddruk, een hoger cholesterolgehalte en dus een grotere kans op diabetes. Hierdoor neemt ook de kans op hart- en vaatziekten aanzienlijk toe. [8] Daarnaast weten we dat inname van suiker zorgt voor een verhoogde kans op ontstekingen. Ontstekingen kunnen ook een negatief effect hebben op de hartfunctie. [4]

Mentale achteruitgang

Zowel overgewicht als diabetes worden geassocieerd met een verhoogde incidentie van neurodegeneratieve aandoeningen. Het zijn verschillende aandoeningen waarbij de hersenen worden aangetast, meerbepaald de neuronen. Neuronen zijn de bouwstenen van het zenuwstelsel, waardoor progressieve degeneratie ervan en/of het afsterven ervan kan leiden tot problemen met mentale functioneren (dementie) alsook fysieke problemen (bv. ataxie).

Voorbeelden van neurodegeneratieve aandoeningen zijn onder andere de 'ziekte van Parkinson', de 'ziekte van Alzheimer' en 'dementie'. Aandoeningen zoals bv. 'de ziekte van Alzheimer', of 'dementie' worden in onderzoek vaak gekoppeld aan glucose en insuline. [9] Zowel het metabool syndroom alsook diabetes worden geassocieerd met een verhoogde incidentie van dergelijke ziekten.

Ontstekingen

Het eten van suiker bevordert zoals gezegd het ontstaan van ontstekingen in het lichaam bv. op de huid of ook inwendige ontstekingsreacties. Chronische ontsteking speelt een belangrijke rol in het ontstaan van zowel hart- en vaatziekten alsook diabetes.

Goed nieuws, want het volgen van een koolhydraatarm dieet zou ontstekingen kunnen voorkomen. [10]

Kanker

Onderzoek toont aan dat kankercellen worden gevoed door glucose. Een te grote inname van koolhydraten kan als het ware zorgen voor een snellere groei van tumoren. Professor Johan Thevelein zegt hierover dat: 'een suikervrij of suikerarm dieet voor een patiënt met kanker dus zeker geen overbodige luxe is'. [10], [11]

Depressie

Voldoende bewijs suggereert dat er ook een verband is tussen een hoge dosis suiker en tal van metabole, inflammatoire en neurobiologische stoornissen. Deze aandoeningen zijn van bijzonder belang bij het ontstaan en in stand houden van depressies. Toegevoegde suikers hebben dus het potentieel om depressieve stoornissen te vergroten of uit te lokken. Wél kan beter begrip van de effecten van suiker, helpen bij de ontwikkeling van nieuwe therapeutische en preventieve maatregelen voor depressie. [11]

Persoonlijke aanbevelingen

Voor velen onder ons is het moeilijk om weg te komen van koolhydraten. Ze vormen een groot gemak en worden massaal aangeboden aan spotprijzen. Daarnaast zijn ze lekker, vaak verleidelijk en simpel te bereiden. Toch denk ik dat we er met z'n allen minder van moeten eten.

Tot een aantal maand geleden, stonden koolhydraten dagelijks op mijn menu, al was ik me daar niet altijd van bewust. Ik vond het doorgaans moeilijk om te denken aan koolhydraten alsof er 'goede' en 'slechte' koolhydraten bestaan. Stilstaan bij mijn voedingspatroon was voor mij zeker geen evidentie of een standaard gewoonte. Tot ik een aantal maand geleden besliste om mijn voeding sterk aan te passen toen ik startte met een koolhydraatarm dieet, het Ketodieet. Sinds ik met het dieet ben gestart, ben ik ongeveer 9 kilo verloren in gewicht.

Op dit moment is gezond eten een alledaagse bezigheid geworden. In beginfase focuuste ik voornamelijk op het vermijden van alle vormen van koolhydraten. Momenteel eet ik koolhydraten in beperkte mate in de vorm van (groene) groenten en soms wat vezelrijke producten zoals rode vruchten maar ook noten en zaden. Jullie weten nu intussen waarom?

Meer informatie is te vinden in onderstaande artikels:

Daarnaast las ik tijdens het schrijven van dit artikel twee boeken namelijk, 'The Obesity Code' en 'Good calories, Bad calories'. Deze boeken kan ik echt aanbevelen.  

Besluit

We zijn met meer dan ooit tevoren en zijn doorheen de jaren vaker plantaardige producten gaan gebruiken. We gebruiken steeds minder dierlijke producten en kiezen zonder nadenken voor het optimale gemak in de vorm van koolhydraten. Met name suiker en granen kennen een hoge consumptie en zijn omwille van hun lage kostprijs een gemakkelijke energieleverancier voor ons lichaam.

Daarnaast worden we tot op vandaag massaal aangemoedigd en gesteund om dergelijke producten te eten, en zijn kant-en-klare maaltijden eerder de regel, en verse producten almaar vaker de uitzondering. Verschillende instanties moedigen de suiker- en koolhydraatconsumptie om de meest uiteenlopende redenen aan. Maar ondanks dit alles zijn we er niet gezonder op geworden.

Overgewicht werd oorspronkelijk toegeschreven aan een tekort aan beweging. Later werden ook vetten als ongezond en schadelijk beschouwd. Maar omdat oversimplificatie de karakteristieke zwakte van wetenschappers van elke generatie is, ging ik voor mezelf op zoek naar antwoorden.

En anders dan dus lang werd beweerd, zijn het niet de 'vetten', met hun hoge energiedichtheid, die verantwoordelijk zijn voor de wereldwijde zwaarlijvigheidsepidemie. Aandacht hebben voor een gevarieerd voedingspatroon is ongetwijfeld heel belangrijk. Maar als we gezond willen zijn en optimaal willen leven, denk ik dat we 'koolhydraten', en dan voornamelijk suikers, beter kunnen vermijden. Volgens mij zijn dit de echte boosdoeners. Veel van wat we zijn gaan geloven is niet correct.

Vandaag leerden we dat:

  • enkelvoudige koolhydraten de bloedglucose snel doen stijgen en – indien ze in ruime hoeveelheden gegeten worden – dit kan zorgen voor een sterke insulinerespons en eventuele insulineresistentie;
  • uiteindelijk alle verteerbare koolhydraten in de vorm van glucose aan het bloed worden afgegeven. Het type koolhydraten dat we eten bepaalt alleen maar hoelang dit duurt;
  • niet-verteerbare koolhydraten of vezels een goede stoelgang stimuleren en aldus niet gebruikt worden als brandstof.

Toch is het tot op vandaag nog steeds een trend van heel wat dieetadviezen om beweging als belangrijkste aspect voor afvallen te beschouwen. Samen met het beperken van de calorieën en de algemene vetinname, vormen deze adviezen nog altijd de basis van programma's om gewicht te verliezen. Ik heb hier mijn twijfels bij. Dat fruit automatisch gezond is, is volgens mij ook te eenvoudig gesteld. Want uiteindelijk verwerkt ons lichaam de aanwezige suikers op dezelfde manier als wanneer we zouden kiezen voor koek. Ze belasten het insulinesysteem uiteindelijk op dezelfde manier als kristalsuiker!

Één iets is zeker: comfort is de ergste verslaving!

Bronnen

Boeken

  • 'Good calories, bad calories': challenging the conventional wisdom on diet, weight control, and disease, Gary Taubes (2007).
  • 'The obesity code': unlocking the secrets of weight loss, Jason Fung (2015).

Webpagina's